Veld’werker’ Kees
Geplaatst op 11 juli 2009
Kees werkt al vijftien jaar bij de afdeling Sport & Recreatie van de gemeente Rotterdam en houdt zich bezig met de aanleg en het onderhoud van kunstgrasvelden. “Ik kom dus uit het gras en weet ook wel wat van gravel.” Niet gek dus dat Kees, toen het weer tijdens dit WPT omsloeg, samen met een collega is ingeschakeld om de twaalf vrijwilligers bij te staan. “Hoe droger hoe beter”, vertelt hij tijdens de wedstrijd Japan-Taiwan gistermiddag, terwijl het net weer begint te druppelen. Hij wijst naar de regendruppels en zegt dan: “Het is best lastig om een veld droog te krijgen met nat weer.”
Afdekken
Goed veldwerk begint volgens Henk met het afdekken van de ‘gevoelige’ plekken als er regen wordt voorspeld. “We dekkken dan het eerste honk, de korte stopplek en het derde honk af. Dat heeft overigens niks met de conditie van het veld te maken, want het is puur een honkbaltechnisch verhaal om juist de looprichting van de honklopers af te dekken.”
De vraag hoeveel nieuw gravel er opgaat na een fikse regenbui, blijkt een heel domme. Kees: “Er zijn vanmorgen misschien twee kruiwagens opgegaan. Meer niet. Dat werkt ook niet. Als het droog is, kun je het gravel mooi mengen, maar dat lukt bij een nat veld niet. Dan gaat het gravel plakken en uiteindelijk rollen.”
Harken
Volgens Kees moet een nat veld juist zo lang mogelijk met rust worden gelaten als het nog regent. “Zodra het droog is, pakken we dan de harken om het veld, geholpen door de zon en de wind, zo snel mogelijk te laten drogen”, vervolgt Kees, die vijf jaar geleden tijdens het WK Honkbal ook het veld verzorgde. “Toen was het pas spannend”, zegt hij lachend. “Door gigantische buien stond er zo’n tien centimeter water op het hele veld. We hebben toen de putten van de drainage opgezocht, opengemaakt en omdat water altijd naar het laagste deel loopt, kon het water weer weg en kon er worden gebald.”
Kees, die donderdagochtend al om zes uur ’s ochtends (!!!) op het veld stond om het speelklaar te krijgen voor de ochtendwedstrijd, hoopt dat hij komend WK (in september) weer van de partij is. “Maar”, zo zegt hij uitdagend, “dat ligt helemaal aan mijn baas, Bernard van den Bosch.”
























